november 19th, 2012 | Posted by Liselot in Geen categorie

Afgelopen zomer, na vier jaar als rechter in opleiding, was het me zo langzamerhand duidelijk geworden dat het rechtersvak niet voor mij was.

Een rechter mag -en daarover bestaan eigenlijk behoorlijk wat misverstanden- eigenlijk niet zo heel veel. Hij of zij is volledig afhankelijk van anderen in watvoor uitspraak er kan worden gedaan. In het civiele recht dient de ene partij een dagvaarding in en roept dus de andere partij op. Zij geven allebei aan wat hun conflict is en de rechter moet dan de knoop doorhakken. Dat gaat dan bijvoorbeeld in de trant van: “Hij heeft niet betaald!” “Nee, das logisch, want zij heeft helemaal niet gedaan wat we hadden afgesproken!”. En dan moet de rechter dus onderzoeken wat er eigenlijk was afgesproken en of er betaald moest worden. Als de rechter wel merkt dat de ene eigenlijk boos is door een rekening van 3 jaar geleden die niet is betaald, kan hij daar meestal niets mee, want hij moet zich houden aan het conflict zoals de partijen dat hebben voorgelegd.

En in het strafrecht is het nog duidelijker. Het openbaar ministerie zegt dat iemand verdachte is, omdat hij bijvoorbeeld zou hebben gestolen. De verdachte en de officier van justie (als openbaar ministerie) komen dan samen bij de rechter. De rechter heeft van het openbaar ministerie het dossier gekregen, op basis waarvan dan moet komen vast te staan dat de verdachte ‘het’ gedaan heeft. Op de zitting probeert de verdachte de rechter te overtuigen dat hij het niet heeft gedaan of dat hij niet anders kon of dat hij niet zo’n hoge straf heeft verdiend. De officier van justite vindt dat meestal precies omgekeerd. De rechter kan dan alleen maar op basis van de bewijsstukken in het dossier en wat er op de zitting is gezegd een beslissing nemen. Soms denkt de rechter wel dat iemand het gedaan heeft, maar is er gewoon niet voldoende bewijs voor: dan kan hij de verdachte niet veroordelen. Heel logisch, maar ook wel moeilijk te bevatten, zeker als het gaat om een moord of verkrachting: er zijn veel mensen die dan verbaasd uitroepen “Maar hij heeft het toch ged√°√°n!! En die rechter spreekt hem vrij?! Die is gek!” Maar die rechter was gebonden, hij kon niet anders.

Dat kan wel eens (lees: heel vaak) frustrerend zijn voor de rechter. Voor mijzelf wel zó frustrerend dat ik  niet langer de rest van mijn werkbare leven dit werk wilde doen. Ik besloot te stoppen met de opleiding.

Iedereen gaf me schouderklopjes en mijn besluitvaardigheid en durf werden alom geprezen. Met mijn bagage zou ik toch zeker zó creatiever werk kunnen doen, ik had immers de meest prestigieuze juridische opleiding van Nederland gevolgd. Succes!

Dat klonk goed! Vol vertrouwen stortte ik me in de juridische banenmarkt op zoek naar werk waarbij ik creatief mee kon denken, werken aan vernieuwing en algemeen begrip van het recht.

 

 


Door Liselot Puiman

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 You can skip to the end and leave a response. Pinging is currently not allowed.